Skip to content
1666

Het II. Deel vanden speel-hof der liefde Godts

Zuster Kerchove

Stemme: Trompet maryn. Ofte: 'k Hoorde dees voorleden daghen, &c.

Den eersten Vleughel: vande kennise der sonden. De Ziele spreckt. GOdt haet altijt seer de sonden, Want men schaede daer door doet: Weer vernieuwen sijne wonden, Die hy leedt voor onse boet. Door de sonden wy verjaeghen Iesum droevigh uyt ons hert; Dan sendt hy ons straffen, plaeghen, Met veel gheesselen seer hert. Ick moet nauw' de schult betaelen, Hier of in het Vaghevier: Al mijn schaede nauw! in-haelen, En dat tot de minste sier. Godt en zal my niet quijtschelden, Maer hy rekent naemaels nauw'; Ach! ick moet de schult verghelden, Door castijdingh, en berauw'. Al de sonden zijn de banden, Daer sathan ons ziel me bindt: d' Helschen leeuw met sijne tanden, 's Menschens ziel dan licht verslindt. Want al die Godt hebben teghen, Connen sathan niet weerstaen; Door te gaen des sonden weghen, Is die ziel Godt afghegaen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.