Klinck-Veers.
Gheen Schilders met Pinceel so aerdich af en malen
T'geen sy nabootsen, als nu vele doen ter tijt
Int voegen huns persoons, in't stuc van d'Hypocrijt
Te spelen na de lijst, om groote lof te halen:
De Paep, de Koster, Klerc, noch Leecken niet en falen
Te siin in ware schijn geheylicht, maer als wel
Hun Schaepskleet eens op wayt, dan blict een wollefs vel
Tot onheyl sulc in d'oog, die die met jonst bestralen.
Tot leering word hierom int clare nat gehouwen
Een rechten stoc, nochtans gekromt na elx aenschouwen:
Daerom wie al te hoog in't licht-geloof vervliecht,
Sond'r ondersoec vertrout hun die met deuchden schiinen
Vleyen des volcx verstant, die sal daer me verdwijnen,
En voelen al te laet dat hem het schijn bedriecht.