Stem: Uw' liefde quelt my totter dood. Ofte: Valeriaen! tot wat een dood. Siet. fol: 316. ELISABETH! wien ick bemin, Wat hebt Ghy God te vragen? Ick hoor U klagen, Wat hebt Ghy in uw' sin? Ick sie voor het Kruys U leggen, Lys'beth! wat is dit te seggen? Ick sie voor &c. 2. Ick hoor dat Ghy tot Christus seght, Heer! kost'lijck is mijn kleedingh, En all' mijn reedingh, En Ghy hangt hier dus slecht. Ghy, door wien de blommen groeyen, Ghy, door wien de boomen bloeyen. 3. Ick heb een kroon van gout op 't hooft, Ick heb een Coninghs wooningh: Maer ('s Hemels Coningh!) U hooft is gantsch doorklooft; Daer sijn doornen doorgeslagen; Sulck een kroon sie ick U dragen. 4. Ick legh mijn hooft in 't bedde ne'er, Ick op Capeten wandel; Dit is mijn handel: Maer wat doet Ghy, O Heer! Ghy en kent gheen rustplaets vinden; Ach! de doornen U verslinden. 5. O Jesu! ick word trouw gedient, Elck een kust mijne handen: Ghy hangt in schanden, G' hebt naeuw'lijcks eenen vriend: Ick heb vrienden (Heer!) met hoopen, Uwe vrienden van U loopen.
6. Ick word, O Heer!, hier-in beschaemt, 'k Kan dit niet langer veelen. Wegh dan Juweelen, Of hoe ghy zijt genaemt: Wegh dan kroonen, wegh dan kleeren, Ick wil' nu my gaen verneeren. 7. Dit heeft geseyt, dit heeft gedaen Dees eelste Pronck der Vrouwen; En onderhouwen Het geen Sy toen nam aen. Sy verliet haer kost'lijckheden, S' heeft de werelt gansch vertreden. 8. Sy was goet arms, Sy heeft gerijft, Sy heeft gespijst Goods armen; Sy deed s' ontfarmen, (Siet wat haer liefd' bedrijft!) Sy haer mond ley aen de wonden, Van die geen die S' had verbonden. 9. Gasthuysen heeft Sy veel gesticht, Sy gingh die selfs besoecken: Sy heeft de doecken De wonden afgelicht. Sy vertroosten menighwerven Die daer lagen op haer sterven. 10. Na 't overlijden van haer man Is S' uyt haer hof gebannen, De hoofsche mannen Uytvrochten desen ban: Maer met lijdtsaemheyd verdragen Heeft Elizabeth die vlagen. 11. Ten laetsten heeft het God behaeght Haer van dees aerd' te halen. Tot Haer komt dalen Den Heer, die wegh haer draeght, Vergeselschapt met de Eng'len, Die hen rondom Haer vermeng'len. 12. Vaert heen, O Vrouw Elizabeth! Vaert na des Hemels haven:
Verkrijcht dat draven Ick mach des Heeren Wet: Bidt dat ick werd' opgenomen, Bidt dat ick by U mach komen.
Cookies on Poetry Cove