Skip to content
1682

Vreugt- en liefde-sangen

Willem Sluiter

Op de wijse; Mallem, waardste na-gebueren. 1.

LAat de wereldt, los van sinne, Singen, met veel lust en Vreugd, Jes: 23, 16. Van onkuische liefd' en minne, Tot bekooring van de Jeugt. Pred: 11, 9. Ik hebb' al soo groot verlangen, Dat ik, met een kuisch gemoet, 1. Tim: 5, 22. U mijn Vreugt- en Liefde Sangen Steets toesingen mag soo soet.

2.

'k Sal met lust en yver hellen, 2. Cor: 11. vers 2. Om u, als een reine maagt, Eenen manne voor te stellen, Dat gy hem alleen behaagt, 2. Cor: 5, 9.hos: 2, 18, 19Joan: 2, 29.Eph: 5, 25.Joan: 13, 1. Christo, die u heeft verkoren Tot sijn Bruidt, en eens voor al Liefd' en trouw heeft toegeswooren, Die hem noyt berouwen sal.

3.

Lieft en looft hem 't allen tijden; Joan: 14, 23.Luc: 12,, 36. Acht hem hoog, en wacht op hem, Op dat ik my magh verblijden Om des Bruidgoms lieve stem, Joan: 3, vers 29.Hoogl: 2, vers 10. Daar hy selve sijn vriendinne Soet mee toespreekt en ontfangt,

2. Cor: 6, 6.1. cor: 6, 17.Als sy hem, uit suivre minne, In den Geest soo vast aan hangt.

4.

1. Thess: 2, vers 19.Welk is onse hoop of vreugde, Onse roem of eere-kroon ? Gy, soo gy u schikt ter deugde, Gy, voor Jesus glori throon. Jer: 9, 23.2. Cor: 1, vers 14.'k Wil geen ander roem begeeren, Dan dat ick slechts in dien dagh, In de toekomst onses Heeren, Over u my roemen magh.

5.

1 kor. 9, 17.Loons genoeg hebb' ik te hopen, Soo 'k dan sie, hoe 'k niet om niet Phil: 9, vers 16Hebb' gearbeidt noch geloopen. Hierom acht ik geen verdriet, Handl: 20, vers 24.Noch geen moeijelijcke dingen, Als ik mijnen dienst alleen Mag met vrolikheit volbringen, 2. Cor: 3, 3. En met vreucht aan u besteen.

6.

Phil: 4, vers 1.Soo dan, mijn cieraat en eere, Mijn gewenschte Broeders t'saam, Hand: 5, 41.Staat alsoo doch in den Heere. Lijdt en strijdt om Jesus naam. Laat u noit van 't goe verhinderen. 3. Joan: vers 4. Ik en hebb' geen meerder vreugt, Als dat gy, mijn waarde kindren, In de waarheit wandlen meugt.

7.

Hoe sou 't anders wesen konnen ?

Mits ik al mijn tijt en vlijt Slechts aan u begeer te gonnen, Die my aanbevolen zijt. hand: 20, 28. Die 'k uit liefd' ook, als een vader 1. Thess: 2, vers 11. Sijne kindren, troost' en sticht'. Daar ik schatten voor vergader 3. Cor: 12. vers 14. Door een vaderlijke plicht.

8.

'k Soek u alle rijk te maken, 2. cor: 6, 10.Matth: 6, 19, 20. Niet met schatten deser aard, Die door my en mijne saken Nimmer sullen zijn vergaart, Maar met geestelijke gaven, Rom: 24, 18Eph: 1, 3.Ps: 63, 2, 3.Op: 14: 13. Die men van den hemel erft, Die begeer'ge zielen laven; Die men mee draagt als men sterft.

9.

Helpt my Christus Koninckrijke Col: 4, 11. Steeds verbreiden over-al, Dat uw aanwas klaarlik blijke, Col: 2, 19. Soo in yver als getal. Helpt my t'saam, als onverdriet'gen, Hand: 5, 14.1. cor. 15, 51.hand: 26, 11.Jac: 4, 7.1. Pet: 5, 8. Satans helsche rijk en macht Door uw tegenstant verniet'gen, Altijt nuchter op uw wacht.

10.

Wandelt na den rechten regel Phil: 3, 16. Onser ingedrukte leer, En zijt my alsoo het zegel 1. Cor: 9, 2. Mijner roeping in den Heer. Daar wat goets door my geplant is, 1. Cor: 3, 6.psal: 101, 8.Ezech. 3, 141. Tim: 4, 4. En veel quaats is wech geruimt, Siet men, dat Godts eigen hant is, En mijn ampt niet is versuimt.

11.

Matt: 3, 1.Heb: 13, 17.Draagt bekering-weerdge vruchten; Soo doe ik met vreugde 't mijn. Doe ik 't met verdriet en suchten, Dat zal u niet nuttig zijn. Joan: 16, 6, 12.Ben ik droevig en verslagen, 'k Ben dan ook min toegerust Om veel goets u voor te dragen, 2. Thess. 5, 19. En de geest wordt uitgeblust.

12.

O dan, laat ons, waar wy meugen, Doch malkander, dag by dag, Soo verquikken en verheugen, Psal: 16, 9.1. Thess, 3, vers 9. Dat ons' herte juich' en lacch'; Dat wy God met zegeklanken, Altijt even frisch en bly, Onderlinge mogen dancken, Ik voor u, en gy voor my.

13.

1. Cor: 11, vers 2.'k Hebb' u lief, en moet u prijsen, Om uw liefd' en vriendlikheit, Die gy my soeckt te bewijsen, Soo gewilligh en bereit. Luc: 10, 39, &c.Maar u lust om 't woordt te hooren, En het blijkelijk bewijs 1. pet: 1, 23:Joan: 4, 34.Dat gy daar door zijt herbooren, Is mijn soetste drank en spijs.

14.

Wilt gy my genoegen geven, 1. Cor: 3, 3.1. Th: 3, 8.2. cor: 5, 17. Doet dan met mijn dienst profijt; 't Geeft my als een nieuwe leven, Soo gy nieuwe schepsels zijt.

Wat ik soeck, en meest begere, 2. cor, 12, 14 Is niet uw lieftaligheit, Maar insonderheit Godts eere, 1. cor, 10, 31.Rom: 10, 1.1. cor, 10, 33. En uw eigen saligheit.

15.

Bidt, dat Godt my wil verstercken, ep: 6, 18, 19.Phil: 1, 19.marc: 16, 20.hand: 16, 14.Joan: 16, 8.jo: 17, 26, 27Ps: 119, 36.rom. 16, 26. En door sijnen Geest voortaan Soo geweldich medewerken, Dat uw herten open gaan. Hy moet selfs u overtuigen, Als van ons iet wert geseit, Ja verstant en wille buigen Tot geloofs gehoorsaamheit.

16.

Laat ons Godt alhier soo loven, Ps: 95, 1, 2.Openb: 15, vers 4.op: 7, 11, 12.Spr: 1, 33.openb: 21, 4.openb: 19, 7.openb:7, 12. Dat wy namaals sijnen naam Ook verheerliken daar boven, Met veel duisend Englen t' saam. Daar het alles, sonder vreesen, Sonder moeit of arrebeit, Vreugt-en LiefdeSang sal wesen In der eeuwen eeuwigheit. EINDE.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.