Skip to content
1682

Vreugt- en liefde-sangen

Willem Sluiter

Men kan 't singen op de wijse, Laet een ander klagen, kreunen. Siet onse Gesangen, Fol. 148. 1.

HUpsel, houdt u hups en cierlijk, Phil: 4, 8. Dat gy, om uw hupsche deugt, Waarlik hupsel heeten meugt. Rom: 13. v: 13.Draagt u zedig en manierlik, Dat elk-een uw hupscheit roem, En van hups u hupsel noem.

2.

Gaat geduerig hups te kerken. Nergens is 't soo hups, als daar. Daar sal elk in 't openbaar Matt: 5, vers 16.Sien uw goed' en hupsche wercken; En Godt krijgt'er dies te meer T'saam van u en andren, eer.

3.

Moet uw kerk-gank vlak door 't velt zijn Dat men woest en eensaam siet, Hebt daar in doch geen verdriet: Hoogl: 7, vers 11.Want daar kont gy best verselt zijn Met den lieven Godt in 't stil, Na uws herten wensch en wil.

Daar kont gy u best bereiden Met gebeden en gesmeek, Eph: 6. 18. Dat gy doch niet uit de preek Sonder voordeel weer meugt scheiden. Wat al hulp geeft Eensaamheit, Als se wel wordt aangeleit ?

5.

Dies te vyer'ger en te vryer Kan men bidden op een oort, Matt: 6, 6. Daar geen mensch ons siet of hoort; En hoe vrijer dan, hoe blijer. Bruykt gy woorden of gebaar, 1. Sam: 1, 12, 13, 14. Niemant en bespot die daar.

6.

Jesus selfs socht hier beneden Marc. 1, 35matt: 14, 23.matt: 26, 36.Luc: 22, 44. Dickwils sulk een vrije stee, En heeft in Gethsemane, Eensaam, allersterkst gebeden. Eensaamheit geeft geen verdriet, Psal: 62, 9. Daar men 't hert voor Godt uit giet.

7.

Of, mishaagt u 't eensaam wand'len, Soo bescheidt of wacht malkaar, marc: 16, 12Luc: 24, 13, &c. Om in 't vrije velt aldaar Van wat stichtliks t'saam te handelen, Soo als Jesus Jongren deen, Daar hy self quam by haar treen.

8.

Woont gy schoon wat van de Kerk af, Schikt het, dat gy op uw tijt 's Achtermiddags daar weer zijt. Maakt'er slechts gewoont en werk af,

Om u van uw disch te spoen, Jo. 6, 51, 58 En met hemels kost te voen.

9.

Dan sal 't u gemakklik vallen Wat een aar met moeite doet. Arbeidt wordt door lust versoet; Luc: 10, 42.En om 't beste deel van allen, Schoon 't een dwaas niet agt noch kent, Mag wel vlijt zijn aangewendt.

10.

't Is mijn vreugt en wel-behagen, Dat ik somtijts u besoek, Hupsel, in u hupsche hoek, En sal nimmermeer vertragen, Waar ik immer met het mijn U voortaan te dienst kan zijn.

11.

Schoon ik, als de dagen korten, En de wegh wort vuil en nat, Kout en windig, weeck en gladt, Mijne bykomst op moet schorten, 't Schort dan aan mijn liefde niet, Maar aan tijt, gelijk gy siet.

12.

Eer ik op den dag des Heeren Openb: 1, 16. Mijn gesette taak en werk Afgedaan hebb' in de kerk, Siet men meest den dag passeren. Soo 'k dan elders noch verschijn, 't Moet niet al te verre zijn.

13.

Of ik selfs wel, sonder schroomen,

Tegen weer en wint kan staan, En door dik en dun wil gaan, Om aldaer by u te komen, Mijn geselschap schroomt'er voor, En het kander soo niet door.

14.

't Vreest voor al voor 't overvallen Van des avond, mits de tijt Ons al stillekens ontglijdt, Als hy met een soet gevallen Dus in Hupzel wordt besteedt. 't Wordt dan duyster eer men 't weet.

15.

Maar zoo 'k somtijts hier of ginder Meermaels dan in Hupsel kom, Mijne liefd' en is daarom Tot u allen niet te minder. Komt de zoete tijt weer aan, Dan moet gy voor andren gaan.

16.

Denkt'et vry, dat mijn verlangen Rom: 1, 15 &c Na u allen grooter zy Dan het uw oit is na my. Voelt g' uw hert aan my te hangen, 't Mijne hangt aan u ook weer, En misschien al vry wat meer.

17.

Kan mijn komst u oit verblijden, Komt, als d'ander buerten doen, Dan ook vaardig tot my spoen, En vloeit toe van allen zijden,

Dat wy t'samen vroolijck zijn, Ik door 't uw', en gy door 't mijn.

18.

Neemt mijn Boekjes t'saam in dank aan. Isser onder u een man, Die daar uit iet lesen kan, Schikt u by hem op de bank aan, Col. 3: 16. En hoort toe; of singt te saam, Zijt gy daar toe ook bequaam.

19.

Of men juist geen fraye stem heeft, 't Komt daar op by Godt niet aan, 1. Kon: 1, vers 39. Die het herte kan verstaan, Dat de meeste kracht en klem heeft. Doet uw beste by malkaar, Met het een gesank op 't aar.

20.

Deut: 32, vers 32,Laat het, als een regen, druppen Op uw zielen allermeest. 't Hert, ontsteken door Godts Geest, 1. Sam: 2, vers 1.Sal my ook in Hupsel huppen, En opspringen van geneugt. Wel bekom' ons dese vreugt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vreugt- en liefde-sangen · Willem Sluiter · Poetry Cove