Skip to content
1682

Vreugt- en liefde-sangen

Willem Sluiter

Aan de Gemeynte Jesu Christi binnen Eibergen. Men kan 't singen op de wijse; Laet een ander klagen, kreunen. Siet onse Gesangen, Fol. 148. 1.

GAet'er van mijn Poesije Oit iets nieus ons' Kerspel door, Dan gaat gy gemeenlik voor, Eiberg met uw Burgerije, Die 'k 'er eerst mee moet versien. Dat sal hier nu oock geschien.

2.

't Mag dan vloejen, of 't mag ebben, Met mijn Vreugt- en Liefde-Sank, 't Rijm ga met of sonder dwank, Gy moet boven al wat hebben, En sult hier dus, boven-aan. Hoogh by my te boeke staen.

3.

Siet, mijn hert en mont zijn heden2. Cor. 6 vers. 11. T'u-waarts, door genegentheit, Opgedaen en uitgebreidt. Schoon ick 't door mijn swakke reden Noit genoeg te voorschijn bring, Hoort nochtans nu, wat ik sing.

4.

Ps: 27, 4.Han: 20, 20.Col: 3, 17.'t Wensch, dat ick in 't Huis des Heeren, En in uwe Huisen t'saam, Soo voortaen, in Jesus naam, Met u allen mag verkeeren, Dat mijn leven, stem, en schrift, U vertoon mijns liefdens drift.

5.

Wat ick dichte, wat ik make, Waer ik yver, wat ik preek, Waer ick oit mijn hooft mee breek, Of, vol onrust, 's nachts omwake, Is al voor of om u meest, Acht-tien jaren lanck, geweest.

6.

Siet dit breeder uitgebreit in mijn Eensaem Huis- en winter-Leven. fol. 56. etc.Sitt' ik meest, den dagh door, Eensaam In mijn Huis by Winter tijt, Niet dat my soo seer verblijdt, Als dat ik my fraai gemeensaem Op den avond met u maak; Daar ick t'elkens weer na haak.

7.

Soo 'k by d'een of d'aar, in orden, Korts nu niet geweest en zy, Wie 't oock is, die wachte my. Wat niet is geschiedt, mag worden. Niemant isser, die 'k vergeet. Denckt hy anders, 't is my leet.

8.

'k Sie ' Godt lof 't getal der vromen Hier in onse Stadt soo lank, Dat ick met elk' avond-gank

Noch soo haast niet om kan komen. Somtijts krijg ick selfs belet, Dat mijn werck te rugge set.

9.

Soo Godt wil, en wy het leven, Jac. 4. 15.1. Cor. 4. vers. 19. Kom ik haast u, op een ry, D'een soo wel als d'ander, by. 'k Voel my sterk tot u gedreven, En, soo veel ik immer kan, Maak ik nu mijn werck hier van.

10.

Mits ik hier, by Somer-dagen, Niemand schier met sijn ghesind', Als ik kome, 't huis en vind', Is 't mijn lust en welbehagen, Dat ik 's Winters, dag op dag, Handl: 5, v: 42. Huis by huis besoeken mag.

11.

Maer hoe vrolijk zijn mijn gangen, Als ik, laat in de avondt-stondt, Langs de straat, soo menig mont, Tot Godts lof, mijn eigen Sangen Uit veel huisen galmen hoor ! 't Raakt mijn herte door en door.

12.

Dat moet dan geheel versoeten Of versetten al het quaat, Dat my somtijts van de straat, Tot mijn onschult, komt ontmoeten. Iss'er een, die my bestrijdt, Hondert maken my verblijdt.

13.

Doch wat spreek ik van bestrijden ? Niemant isser onder u Oit soo suer of stuer, of schouw, Of hy kan sich noch verblijden, Als ick hem besoecken kom. Welkom ben ik hier al-om.

14.

Gal. 4. 15.'k Moet u t'saam getuignis geven, Dat ik hier, in ieder hoek, Vreugt sie over mijn besoek Sou mijn hart aen u niet kleven, Daar het uwe kleeft aan my, Vriendelijke Burgerij ?

15.

Isser iemant van u allen, Door een vleeschlijk mis-verstant Al te heftig overmant, Oit een haastig woort ontvallen, Tot mijn nadeel en verdriet, Dat meent gy soo qualik niet.

16.

1. cor. 10, 31.1. cor. 14, 12, 26.Gy siet eindlik, dat Godts eere, En de stichting van sijn Kerck, Zijn het eenig oogemerk 2. cor. 12, 19.Van al wat ik oit beweere. 1. Cor: 13, vers 7. Soo 'k niet wat van u verdroeg, 'k Hadd' u nimmer lief genoeg.

17.

Spr: 10, v. 12.Liefde dekt ook, sonder klagen, Allerlei gebreken toe. 1. Pet: 4, vers. 8. Liefde neemt het al in 't goe.

Liefde kan veel lasten dragen. Liefde siet soo weinig leer, Dats' ook roet, als suiker, eet.

18.

Kond ik schoon met Engle-talen 1. Cor: 13 vers 1. Tot u spreken, wat waar dat, Soo 'k geen liefd' in 't hert en hadt ? 'k Waar als klinkende metalen, Of een schel, slechts hel en hol; Veel gerucht en weynich wol.

19.

'k Wil voortaan u steets beminnen, Hoe gy 't immer met my maakt. Soo der een sijn liefde staakt, Dien wil ick met wel doen winnen. Hoe men 't ook met my aan gaat, Rom: 12, vers: 22. Ik vergelde goet voor quaat.

20.

Soud ik Eibergs nadeel soeken ? Siet de Voor reden of Opdragt onser Eibersche Sang-lust. Neen. Veel liever en veel eer Wil ik Eiberghs roem en eer, Met mijn Dichten, met mijn Boeken, Soo verbreiden over-al, Datter elk van weten sal.

21.

Daar men noit van Eiberg droomde, Noch eens wist, of hier of daar Eiberg in de Werelt waar, En of daar de Berkel stroomde, Wordt nu alles, voor en naar, Door mijn Boekjes, openbaar.

22.

Soo blijft noch, na hondert jaren, Al soo wel als nu ter tijt, Eibergs name wijdt en zijdt, Als wy lang zijn heen gevaren Pred. 9. 5.Spr. 10. 7. Daar men haast vergeten is, Heuglik in gedachtenis.

23.

Noit ben ik soo seer verlegen, Als, wanneer ik vrees', dat gy Iet verkeerts gevoelt van my; Noit soo vroolijck daarentegen, 1. Cor. 13. vers. 5. Dan, als gy, na liefdens aart, Alles recht en wel verklaart.

24.

1. Jo: 3, 23.Spr: 17, 17.Laat ons soo malkander lieven, Dat geen ramp of tegenheit Onse liefd' oit weder scheidt. Denkt eens, doe 'k mijn Liefde-brieven U, in d'oorlogs-tijt, toe sondt, Hoe 't met u en my doe stondt.

25.

Laat uw Godtsvrucht noit vermindren. 3. Joan: vers. 4. 'k Hebb' op aarden geen vermaak, Welk my soo aan 't herte raak, Als dat gy, mijn lieve kindren, Gaat op waarheits effen straat, Ps: 34, 15. 't Goede doet, en 't quade laat.

26.

2. Cor: 13, vers: 11.Leeft voor-al in vreed' en liefde, En de Godt van liefd' en vree Is en blijft u altijt mee.

Al wat oit uw herten kliefde Of verdeelde van malkaar, Dat vergeeft doch d'eene d'aar. Col: 3, 13.

27.

Sa, vervult mijn blijdschap immer, Phil: 2. vers: 2. Dat gy, sonder arg of schijn, T'samen eens gesint meugt zijn. Breekt niet daar ik bouw en timmer. Onvree doodt, vernielt en breekt, Jac: 3, 16 Wat de Vrede baart en queekt.

28.

Woont hier d'een soo dicht by d'ander Deur by deur, aan eene straat, Woont ook, sonder twist of haat, Psal: 133, vers: 1.Hand: 4, 31Ps: 133, 1. Soo door liefde by malkander. Zijt een hert en een gemoet. O ! dan is 't soo goet en soet.

29.

Soudt gy niet na eendragt haken ? 't Vaandel, dat de Burger-jeugt Langs de straet hier swaeit met vreugt, Segt, dat Concordiâ res parva crescunt.Eendragt magt kan maken. 't Staat 'er in gemaalt met gout. Siet dan, dat gy Eendragt hout.

30.

Maar dat Jesus Vredevaan, d. 1. Euangelium des vredes. Eph:6, 15. Siet Jes: 11, 10, 12, 13Vree baniere, Die all' onvree heel ontsegt, Onder ons is opgerecht, Leert in allerlei maniere, Dat elk, achter hem, voortaan Op het vrede-padt moet gaan.

31.

Noit of selden vind' ik twisten By de huis-lien om ons heen: Elk is met het sijn te vreen, Sonder nijdt, of strijdt, of listen. Dat het hier dan ook soo ga Psa: 34, 15. Soekt de vreed' en jaagtse na.

32.

Hoedt u, dat der huis-lien yver U den prijs niet af en winn'. Wakker, Burgers, stelt u in. Jes: 11 6.Gy behoeft geen straffe drijver, Soo gy u voortaan door my Willig leiden laat, als sy.

33.

Soo sy na de Kerk toe vlieden Voor- en achter-middag weer, Denkt, het moet te eer en meer, Soo na-by, van u geschieden. Die de Kerke woont op 't naast, Kom'er doch niet allerlaatst.

34.

Phil: 3, v: 23.Draagt u steeds als Hemel-borgers, Waarde Borgers deser plaats. Hebr: 13, v: 17. Soo geeft gy veel vreugts en baats Aan het werk uws Ziel-besorgers, Die uw wegen Hemelwaarts Spr: 15, 24.Col: 3, 1, 2. Tracht te stieren van dit aardtsch.

35.

1. Th: 5, 11.ps: 27, 2, &c.Ep. 6. 18, 19Sticht geduerig d'een den and'ren. Strijdt voor Sions Borgery. Bidt met allen ernst voor my,

Voor u selfs en voor malkand'ren. Jac: 5, 16.1. Thess: 2, vers: 19. Soo wordt ghy, voor Jesus throon, Eens mijn vreucht, mijn roem en kroon.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vreugt- en liefde-sangen · Willem Sluiter · Poetry Cove