Skip to content
1687

Jeremia's klaag-liederen

Willem Sluiter

Op de wijse als de Klaag-Liederen. 1. ‘k Sal uitsien na den Heer; ik sal, vol hope, wachten Slegts op den Godt mijns heils: Mijn God, tot wien mijn klagten

Gedurig opgaan, sal my hooren na mijn sin. Verblijdt u over my niet, o mijn vyandin. 2. Wanneer ik deerlik ben gevallen in elende,

Sal ik weer opstaan, mits my Godt set over-ende Alk ik in duysternis geseten wesen sal, Sal my de Heer een licht zijn in mijn ongeval. 3.

Ik sal met lijdtsaamheit des Heeren gramschap dragen; Want tegen hem hebb’ ik gesondigt all mijn dagen: Tot dat hy mijnen twist eens twist’, en selfs mijn recht Uitvoert tegen mijn party, die my bevegt.

4. Hy sal my aan het licht uitbrengen; ‘k Sal haast rust sien: Aan sijn gerechtigheit en heil sal ik mijn lust sien. En mijne vyandin sal ‘t sien met herteleet,

En schaamt en smaat sal haar bedekken als een kleedt. 5. Die stoutlik tot my seit; Waar is de Heer uw Godt nu? Mijn oogen sullen aan haar sien Godts wraak; Sy spot nu;

Maar tot vertreding salse nu haast worden, ja Als slijk der straten, door des Heeren ongenâ.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jeremia's klaag-liederen · Willem Sluiter · Poetry Cove