Skip to content
1687

Jeremia's klaag-liederen

Willem Sluiter

Men kan ‘t singen als de Klaag-Liederen. 1. Ik dank u, Heer mijn Godt, dat gy op my voordesen Wel toornig zijt geweest: maar uw toorn, geresen

Uit mijner sonden schult, is van my afgekeert, En gy vertroost my nu, mits mijn elend’ u deert. 2. Siet Godt is selfs mijn heil, ik sal hier op vertrouwen, En vreesen niet, maar steeds op hem mijn hoope bouwen.

Want mijne sterkt’ en Psalm is selfs de Heere Heer, En hy is my tot heil geworden t’ sijner eer. 3. Sa, dankt den Heere, roept sijn naam aan, maakt nu onder De volkeren sijn daân bekent: vermelt al ‘t wonder,

By ‘t verre na-geslacht, dat sijn geduchtte Naam Verhoogt is, soo dat hem den lof alleen betaam. 4. Psalmsingt den Heer, laat stem en snaren lieflik klingen, Want hy heeft heerlijke en voortreffelijke dingen

Gedaan na sijn beloft en woort, dat snellik rent, Sulks zy doch op de gansche aardtbodem nu bekent. 5. Ei, juicht en singt seer blijd’ en vrolik in den Heere, O gy inwoondersse van Zion, roemt sijn eere:

Want siet, de Heyl’ge Godt Israels, die uw noodt Tot al sijn weldaân, is in ’t midden van u groot.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jeremia's klaag-liederen · Willem Sluiter · Poetry Cove