Skip to content
1680

Eibergsche sang-lust

Willem Sluiter

Op de wijse; wat winden datter ruischen. Of (soo men daar in niets weder-haalt, maar twee versen voor een singt) op de wijse van Psalm 130. Uit de diepten, ô Heere, Of; Ich danck dir lieber Herre. 1. Iob 38:12, 13.Het daget uit den Oosten, Het licht schijnt over-al: Ioan.8:12.Laat ons uw licht vertroosten, O Iesus, hier in 't dal. Laat ons u licht vertroosten, licht vertroosten. 2. Iob 3:9.Wijl met haar ooge-leden De goude daag'raat blikt, Psal.4:7.Toon ook uw aanschijn heden, Dat ons de ziel verquikt. Toon ook u aanschijn heden, aanschijn heden.

3. Pred.11:7.De Son t'aanschouwen mogen Is aangenaam en goet Voor aller menschen oogen, Het licht is wonder soet Voor aller menschen oogen, menschen oogen. 4. Maar soo gy niet uw stralen, Mal.4:2. O heil-son, op ons schiet, Tot troost in soo veel qualen, Helpt alle licht ons niet, Tot troost in soo veel qualen, soo veel qualen. 5. Matt.5:45.Want over goed' en quade Schijnt d'aardsche Son te saam: Mal.4:2.Gy schijnt met uw genade Die vreesen uwen Naam. Gy schijnt met uw genade, uw genade. 6. Eph.5:14.Dies licht ons doch van verre, Van 's Hemels hoogste top: O held're Morsten-sterre, Op. 22:16. 1Pet.1:19.Ga in ons'herten op. O held're Morgen-sterre, Morgen-sterre. 7. Hos.6:3.Laat, als de Daagraat, Heere, Uw uitgank zijn bereidt, Dat op ons schijn' uw eere En groote heerlikheit. Dat op ons schijn' uw eere, schijn' uw eere. 8. Tot dat wy, na lang toeven, Eens komen allegaar, Openb.21.vers 23.Daar Son noch Maan behoeven Te schijnen voor of naar: Daar Son noch Maan behoeven,

Openb. 21: vers 23.Mits eeuwig ons, na desen, Verlicht Godts heerlikheit. Gy sult de keersse wesen, O Lam, die ons geleidt. Gy sult de keersse wesen, keersse wesen. 10. Op. 19:6, 7.De vreugt-dag komt al nader. Matth. 13: 43.Wy sullen blinken t'hans, In 't rijk van onsen Vader, Gelijk de Son in glans. In 't rijk van onsen Vader, onsen Vader. 11. 1 Joan. 3:1.Hier kent m' uw arme Bruit niet; Daar spreekt men van haar staat: Hoogl. 6:10.Wie is sy die daar uit siet Gelijk de Dageraat? Wie is sy die daar uit siet, die daar uit siet. 12. Hoogl. 6:10.Soo schoon gelijk de Mane, Gelijk de Son soo klaar? Breng ons van 's werelts bane, O Jesus, eindlik daar. Breng ons van's werelts bane, 's werelts bane.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eibergsche sang-lust · Willem Sluiter · Poetry Cove