Skip to content
1680

Eibergsche sang-lust

Willem Sluiter

Op de wijse van Psalm 100. Gy volkeren des aardrijks al. Of Psalm 134. Alle gy knechten des Heeren. Of; Christe, die du bist dag en licht. Of; Veni, creator Spiritus. Ephes.2:4. Opt.19:1, 5. Handl.4:32. Psal.133:1.O Godt, rijk in barmhertigheit, U zy veel lof en dank geseit, Dat wy hier, met een hert en geest, Soo lieflik zijn by-een geweest. 2. Psal.115:1.Niet ons, O Heer, niet ons, O Heer; Maar uwen Name geeft de eer, Om uwer goedertierenheen, Om uwer waarheits will' alleen. 3. Pred.8:5, 6.Gy gaaft ons dees' gelegentheit, En t'saam de goe genegentheit,

1.Pet.5.7. Hoogl.1:4.Vermits gy voor ons sorge draagt. Gy trekt uw volk, wanneer ’t vertraagt. 4. Psal.116:12.O! dat wy u alleen hier voor Nu konden danken na behoor, Gen.32:10. Psal.40:4.6.Die ons onweerd’gen soo veel stof En reden geeft tot uwen lof! 5. Hebr.8.6.Ec. Ps.119:108.Laat, na de trouwheit uws verbonts, ’t Vrywillig offer onses monts, Hoe slecht het in sich selve schijn’, Hebr.13:15.Door Christus u behaaglik zijn. 6. Ps.119:98 Ioan.4:34.Maak ons door uw geboden wijs. Het zij ons’ aller soetste spijs, Dat wy uw wille mogen doen, Phil.3:12, 14.En staag in onse loop-baan spoen. 7. Iac.1:14. Psalm 2:3. Mat.11:30. 1.Ioan.5:3.Dat noit de werelt ons verlokk’, Om ons ’t ontslaan van Christus jok, Dat sacht en licht is, soo ’t ons maar Ons’ eigen onwill’ niet verswaar’. 8. Zeph.2:1. 1.Petr.4:4. Ios.24:15. Spr.22:3.Lust andren niet met ons te gaan, Die, van ons vreemt, ons hierom smaan Wy sullen u doch dienen, Heer, En stellen daer in roem en eer. 9. Psal.119:9. Psalm 17:5 Exod.23:2. Matt.7:13.Stiert gy, na ’t richtsnoer van uw Woort, Op ’t spoor slechts onse gangen voort, Dat niemant, met den meesten hoop, In ’t boose, ten verderve, loop’. 10. Rom.14:17. Rom.8:16, 23.Uws Geestes soete vreed’ en vreugt, ’t Begin der hemelsche geneugt,

Iob 20:12, 14. Spr.5:4.Maak’, dat het sondig werelts soet Ons smaak’ als bitt’re gal en roet. 11. 1Ioa.1:3, 7. Psalm 16:3. 2Tim.3:1. Open.12:12.Der Heiligen gemeinschap zy Al onse lust, die ’t hert verbly’, In dees’ verdorven laatste tijt, Die Satan met meer toorn bestrijt. 12. Galat.3:3.Vermits wy met den geest, in u, Begonnen hebben, laat ons nu Soo dwaas niet wesen, dat wy weer Eph.2:2, 3.Met ’t vleesch voleind’gen, als wel-eer. 13. Hebr.12:1. 1Cor.15:58.Laat ons, bevrijt van sonden-last, Dus onbeweeglijk zijn en vast, En, met een heilig oogemerk, Steeds overvloedig in uw werk. 14. Psal.103.3.Vergeef ons ons’ gebreeklikheit: En, als nu dit geselschap scheidt, Luc.1:53.Soo send doch niemant ongesticht Of ledigh van uw aangesicht. 15. Psalm 5:12.Laats’ in u bly zijn, meer en meer, All die op u betrouwen, Heer; Laat s’ eewig juichen, om dat gy Hen overdekt, en stelts’ in’t vry. 16. Verss.12, 13.Ia laats’ in u van vreugt al t’saam Opspringen, die uw heil’ge Naam Beminnen: want den vromen mensch Sult gy doch kroonen na sijn wensch.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eibergsche sang-lust · Willem Sluiter · Poetry Cove