Skip to content
1680

Eibergsche sang-lust

Willem Sluiter

Op de wijse van Psalm 30. Nadat gy, Heer, my hebt bevrijt. Of als onse Gesang: Ik loov' u, Heer, uit 's herten gront. Siet onse eerste Gesangen, Fol.256. Psal.114.7 Ies.6.2.Oneindig Godt, daar 't al voor beeft Wat op der aarden leeft en sweeft, By wien de vlamm'ge Seraphim Geacht zijn als een duist're schim, Voor wiens' haar aangesigt en voeten Selfs met haar vleug'len dekken moeten! 2. Genes.18.27.Sal ick, die maar ben aard' en stof, Uitroepen uw verheven lof? Die boven mijn bereik, ja veer Psal.113.4 Psal.104.3 Iob 37.4/5. Gaat boven d'hem'len selfs, O heer, Daar gy uw opper-zalen soldert, Uan waar gy met uw donder boldert! 3. Psal.113.5, 6.Doch alhoewel gy woont seer hoog, Noch siet gy met een gunstig oog Seer leeg op uwe schepsels neer, Ies.57.15. Psalm 8.3. Mat,21.16. Ia op den leegsten dies te meer; Soo dat gy uit der soogelingen En kind'ren mont u lof laat singen.

4. Ps.131:1, 2Heer, ik ben ook gelijk een kint, Dat sich niet geern iet onderwint, Dat hem te groot en wonder zy. Mijn ziel is versch gespeent in my, 1Cor.15:10 Matt.9:24.En hangt geheel aan uw genade. Ei, kom uw swakke kint te stade. 5. 2Cor.8:12. Matt.12:42, 43.Gy soekt in ons geen weerdigheit, Maar ons' gemoets volveerdigheit. Als d'arme 't kleintje, dat hy heeft, Slechts vrolik en gewillig geeft, Is selfs all' overvloet der rijken Uoor u daar by niet te gelijken. 6. 2Sam.6:16, 20, 21, 22.Of schoon een schamp're Michal lacht, En dit bespottens waardig acht, Soo sal ik in mijn oogen doch Geringer wesen, dan tot noch: 'k Sal voor uw aansigt spelen, singen, Psal.9:3.Verblijdt zijn en van vreugt opspringen. 7. Col.3:16.Gy wilt, dat rijklik in ons woon' Uw woort met d'aangename toon Van Psalmen, Lof-gesangen, Heer, Eph.5:19, 20. En Lied'ren, daer men u med' eer. Gy selfs, om altijt die t' ontfangen, Psalm 22:4.Woont onder Isr'els Lof-gesangen. 8. Psal.65:2.Mijn Lof-sank is in stilheit nu, O Godt, in Zion, ook tot u. 1Cor.14:15. Psalm 13:6. Psal.109:1. PS. 119:132. 'k Sal singen met verstant en geest, En op uw goetheit, onbevreest, O Godt mijns lofs, nu vast vertrouwen. Gy sult my in genaad' aanschouwen.

Psalm 57.8.Mijn hert dat is bereidt, O Godt, In spijt van al des werelts spot, O Godt, mijn hert dat is bereit: Ik sal, met alle lieflikheit, U singen, en aldus Psalm-singen. Psal.40.10.Mijn lippen kan ik niet bedwingen. 10. Psal.30.13. Psal.137.6Mijn tong, indiense swijgt, O Heer, Kleev' aan 't gehemelt vast veel-eer. Of schoon de werelt my betijg', Matth. 21.15, 16. Luc. 19.40. En wil, dat mijne kintsheit swijg', Ik moet doch in uw lof uitbreken, Of selfs de steenen sullen spreken. 11. Ps.104.33.Soo lang ik hier op aarden ben, Is dit de soetheit, die ik kenn'. Psal.34.2, 3. 'k Sal u dan loven t'aller stondt; Steeds sal uw lof zijn in mijn mont. 't Sachtmoedig volk, van u verkoren, Sal 't met vermaak en blijdschap hooren. 12. Uw liefd' en gunst veroudert niet; Psal.144.9. Openb. 5.11, 12, 13.Dies sing' ik steeds een nieuwe liedt, Tot dat ik met uw Eng'len t'saam Sal eeuwig roemen uwen naam, En voor uw throon, soo vry en veilig, Jes.6.3.Uitroepen, Heilig, Heilig, Heilig.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eibergsche sang-lust · Willem Sluiter · Poetry Cove