Op de wijse; O Kars-nacht schooner dan de dagen. Of; Ach dat mijn hert en mijn gedachten. Siet onse Gesangen, Fol.14. en 208. Spr.31.1, 2, 3. Pred.2.26. Luc.16.8.Om door werelt te geraken Is 's menschen waken ende braken; Hy slaaft en draaft sich daarom moe. Elk meent, hy is geheel voorsichtig Die hier sijn saken maar heeft richtig; Maar vry wat meer hoort noch daar toe. 2. Daar is in 't minst niet voor te schromen, Gy sult wel door de werelt komen,
Pred.1.4. Want niemant blijft daar in oit vast. Komt door de werelt vry wat sachter, Luc.10.42. Matt.6.33.Soo is nochtans het noodigst achter, Het geen u eerst te soeken past. 3. Als gy sult door de werelt wesen, Ei segt, en soudt gy dan mits-desen Niet garen in den hemel zijn? O ja: gy kunt het niet ontkennen. Waar toe dan dit verdrietig rennen. 1Cor.7.31. Alleen om 's werelts yd'le schijn? 4. 1Ioa.2.16, 17Helaas! 't is van soo kleiner uren, Het geen gy u dus laat besueren, 2Cor.4.17, 18 Matt.16.26. Terwijl gy 't eeuw'ge vast vergeet. Wat sou 't een mensch doch baten konnen, Die d'heele werelt hadd' gewonnen, En schade sijner ziele leedt? 5. Psal.119.56.Onsinnig volk, besint uw wegen, En laat het swaarste 't meeste wegen. Mat.6.19, 20. 1Tim.5.8. Luc.12.20. Gaart 't hemelsch meer dan 't aardse goet. 't Is waar, gy moet uw huis besorgen, Maar denkt ook, dat of nu of morgen Uw ziel van hier verhuisen moet. 6. Heb.13.5.Hy heeft geleert vernoegt te leven Met 't kleintje, dat hem is gegeven, Al wie van ganscher herten tracht Luc.12.33.Na 's Hemels aller-rijkste schatten. Wel-salig is hy die 't kan vatten, En 't altijt neerstig neemt in acht.
Cookies on Poetry Cove