Op de wijse van Psalm 84. Hoe lieflik, O Heer, en hoe rein. Of; Ich bin ja, Herr, in deiner macht. Rom.11.33. Psal.104.24.Myn godt, ik sie uw rijkdoms diept'. Het is wat groots, dat gy my schiept
Ps.139.13, 14. Ps. 145.15, 16. Tot dit verganklijk aardsche leven, En tot het selve daagliks voedt; Maar als ik peins' in mijn gemoet, 1Pet.1.3, 4. Ioan.6.57. Hoe gy my schiept, en voed, daar neven, Tot 't eeuwig hemelsch leven, Heer, Dat is in waarheit vry wat meer. 2. Ioan.5.24.Dit eeuwig leven biedt gy my Steed aan, en toont hoe heerlijk 't zy, 1Pet.1.23, 25. Niet in uw Woort alleen, soo krachtig; Maar ook uw Soon, door liefd' en min, Matt.26.26.Ec. 1Cor.11.24.25, 26.Stelt selfs sijn heilig Nachtmaal in, Op dat ik soo blijv' ingedachtig Sijn bitter lijden en sijn doot, Waar door hy ons dit leven boodt. 3. Luc.14.16, 17. Ephes.6.18. Eze.16.8.Ec. 1.Thess.5.23.Vermits ik daar genoodigt ben, Soo bidd' en smeek' ik, wat ik ken, Bereidt, verciert, en stiert mijn herte, Ia heiligt gy my heel en al, Dat ik hier o niet aan en vall' Met onbesuistheit, maar beherte, Wat heil en al verborgentheit Spr.9.2.Aan dese tafel is bereidt. 4. 1Cor.11.28.Geef, dat ik soo my selfs beproef, Dat mijne ziel dan niet behoef Ies.2.10, 19. Ioa.6.54, 55. Voor uwe Majesteit te schrikken, Maar met mijn Heilands vleesch en bloet, Haar eigen spijs en drank, gevoedt, Psalm 23.3. Hebr.4.16. Haar soo gevoelig mag verquikken, Dat ik vrymoediglik voortaan Tot uw genaden-throon kan gaan. 5. Matt.11.28. Mich.6.6, 7.Dewijl ik tot u komen sal, Wat breng ik mee, dat u bevall?
Psal.51.19. Psal.34.16. Ezech.6.9. Job 42.6. 1Pet.1.2. Psal.51.19. Een hert, verbroken en verbrijselt, Verslagen en met rouw verwondt; Een hert, dat, om sijn vuile sond, Heel walg'lik van sich selven yselt, Doch t'saam met Iesus bloet besprengt, Het waardigst offer dat men brengt. 6. 1Pet.2.5. Psal.51.19. Ioan.6.37. Matt.5.3. Luc.9.23. Ier.12.3. Psalm 63.2. Ies.12.3.Ei, neem het om en door Hem aan. Ik weet, gy sult het niet versmaan, Vermits gy nimmer hebt verstoten Een sondaar, die, recht arm van geest, Hem selfs versaakt' in 't minst en 't meest', En u sijn herte quam ontblooten, Dat, dor en drostig, om het nat Van Iesus heel-en heil-bron badt. 7. Psal.139.23. Rom.8.32. 1Cor.13.13. 1Chron.29.18Mijn Godt, stel selfs my op de proef, En schenk my wat ik meest behoef. Maak mijn geloof en liefde vuerig, 't Godtvruchtig opset en beleit Bestendig tot in eeuwigheit, Col.4.2. 1Pet.1.3. Open.19.7, 8. 't Gebedt aandachtig en geduerig: Ia schenk my alles, wat een gast, Voor u wel toebereidt, best past. 8. 1Thess.5.24.Gy die my roept, zijt soo getrouw, Dat ik het ongetwijfelt houw, Gy sult my dit ook alles schenken, Op dat ik soo, met vreugt en vrucht, En met een dankbaar ziel-gesucht, 1Cor.11.25, 26. Luc.21.27, 28. Mag aan mijns Heeren doot gedenken, Tot dat hy komt, en gansch en gaar Verlost sijn uitverkoren schaar.
Cookies on Poetry Cove