Op de wijse: O salig heilig Bethlehem. Of (twee versen voor een gesongen) op de wijse van Psalm 138. Ik dan u, Heer, uit 's herten gront. 1. Psalm 26:8.Ik hebb' de wooning van uw huis Van ganscher herten lief, O Heere, De plaats, daar gy, soo rein en kuisch, Uw heil'ge tent beglanst met eere.
2. Psal.84.2, 3.Hoe soet, O Heere Zebaoth, Zijn uwe wooningen te achten! Mijn ziele jankt, o lieve Godt, Mijn hert en vleesch beswijkt van't wachten. 3. Psal.42.2, 3.Gelijk een Herte, moe gejaagt, Schreeuwt na de versche water-stroomen, Soo schreeuwt mijn ziel, met groote graagt', Om voor uw aangesigt te komen. 4. Pred.4.17.Wanneer wy tot uw huis in gaan, Laat ons bewaren onse voeten, Met vrees en aandacht overslaan, 1Chro.29.1. Dat wy geen mensch, maar u, ontmoeten. 5. Luc.2.27. Rom.8.26. Ephes.6.18. Phil.3.19.Geleid ons door uw Geest nu heen, Die met onsprekelijke suchten, Hertgrond' ge smeking en gebeen, Al 't aardsche bedenken wech doe vluchten. 6. Ies.59.1, 2.Laat tusschen u, Heer, en uw volk, De sonden geene scheiding maken: Klaagl.3.44.Bedek u soo niet met een wolk, Dat geen gebedt daar door sou raken. 7. Psal.25.18. Mic.7.18, 19. Hebr.9.15. Ies.53.4.Maar neemse wech soo gansch en gaar, Dats' ook niet weer te voorschijn komen, Door Christus onsen Middelaar, Dies' heeft van ons op sich genomen. 8. Ies.56.6, 7.Verheugt ons in uw beed'-huis t'saam, En laat daar all' de offeranden Der trouwe minnaars van uw Naam Behaaglijk zijn en lieflijk branden.
9. 1Petr.2.5. Hebr.13.10, 11, 12, 15. Ephes.3.12.Ons' geestlijk offer allegaar Sult gy om sijnent will' aanschouwen, Die Priester, Offer, en Altaar, En 't stennsel is van ons' vertrouwen. 10. 2Cor.3.6. 2Cor.5.20. Ezech.3.14.Den Dienaar, die uit Christus naam, Als sijn Gesant, tot ons sal spreken, Ei, maak dien in sijn dienst bequaam. Uw hant zij sterk op hem in 't preken. 11. Ephes.6.19. Ier.1.9. Ep.6.19, 20.Ia opent gy hem selfs den mond, En geef daar in uw eigen reden, Dat hy vrymoedig ons verkond' Uw heilige verborgentheden. 12. Hand.16.14. Ies.50.4, 5.Verwek, en trek, en open, Heer, Te saam ons' herten en ons' ooren, Op dat wy uit sijn mond uw Leer Met smaak en met vermaak aanhooren. 13. Luc.8.15.Doch laat ons ook 't gepreekte Woort In een goed eerlijk hert bewaren, Soo dat de vruchten voort en voort Mat.13.23. Haar menigvuldig openbaren. 14. Psalm 23.6.Dan sullen uw weldadigheit En 't goede vast aan ons beklijven. Wy sullen, daar men nimmer scheidt, Hier boven in uw huis eens blijven.
Cookies on Poetry Cove