Skip to content
1680

Eibergsche sang-lust

Willem Sluiter

Op de wijse: Ik ben seer vrolijk in den Heer. Siet onse Gesangen, Fol.34. 1. Spr.6.18.Kies, van uw jeugt aan, onderwijs, En goede tucht, mijn kindt;

Op dat gy, oudt, en koudt, en grijs, Noch smaak in wijsheit vindt. 2Tim.3.15 1Tim.4.15 en 6.12. Spr.22.6Soo wie, van kindts af, d'heil'ge Schrift Ter saligheit wel leert, Neemt toe, en blijft, met grage drift, Voortaan tot Godt gekeert. 2. De morgenstond van elke dag Is d'allerbeste tijt, Psalm 104.22, 23 Pred.11.10.Waar in m'iets goets verrichten mag, Met meerder lust en vlijt: Indien men 's levens morgenstond, De jeugt, wel neemt in acht, Sy heeft het goud ook in haar mond, Dat zielen voordeel bracht. 3. Nu zijn de krachten van natuer 1Ioan.2.14 In ziel en lichaam sterk. Al wat gy doet valt niet soo suer. Gy hebt te lichter werk. Pred. 12.1.Ec.Haast nemen, met de jaren, af Ueel gaven, die ons Godt Soo rijklik in de jonkheit gaf. 't Ontstaalde mes wordt bot. 4. 2Tim.2.16, 17.Wie niet gestuit wort in 't begin, Neemt in godloosheit toe: En 't quaat eet, als de kanker, in, Wat dat men namaals doe. Hoe qualik wil de sond' 'er uit, Wanneer mens' is gewent! Ier.13.23. Rom.17.21Als Luipaarts-vlekken, Mooren-huit, Of wat m'aankleedv'lik kent? 5. Mat.13.22.Denk, dat geduer'ge sorg en moeit Van soo veel aerdsch bedrijf

In manlijk' ouderdom u boeit, En plotslik valt op 't lijf. Luc.10.38, Ec.Te meer men dan, met Martha, draaft, Te min men, na sijn wil, Met Iesus heilsaam Woort sich laaft, Gelijk Mary, in 't still'. 6. 1Cor.7.34.De sorgen en bekommernis Zijn niet soo veel en swaar, Terwijl men jonk en eensaam is, Als in 't gemeen daar naar, 1Tim.5.8.Wanneer de last van 't huis-gesind Ons geeft te doen van all's, En moeit en slaaflijk onderwind Ons t'saam ligt op den hals. 7. De jonkheit, wel besteedt, verleent Te meer en langer tijt, Matth.20.1.Ec.Om in Godts Wijngaart, sijn Gemeent', Veel werk te doen met vlijt. Die vroeg begint, beschikt veel meer, Dan die maer komt op 't lest. Soo werkt dan heden, want Hoe eer Hoe liever, houdt men best. 8. Eph.5.16.Koop tijt uit. Denk, gy sult misschien, En vangt gy nu niet aan, Geen middag of na-middag sien: Ier.15.9. Uw Son kan ondergaan, Terwijlse noch aan 't rijsen is, Of nog in d'hoogste top. Spr.27.1.D'aanstaande dag is ongewis: Uerlaat'er u niet op. 9. Pre.11.9, 10.Hoe seer u jeugt of jonkheit vleit, sy is, met al haar roem,

Maar ydel, ja selfs ydelheit, Psalm 103.15,16. Gelijk een schoone bloem: Sy bloeit, en welkt, en komt niet weer; En, is sy eens vergaan, Soo kent men hare plaats niet meer, Waar dat sy heeft gestaan. 10. Eens is men jonk, en dan noit meer. Deut.32.29. O! kondt gy dit verstaan! Hadd' menig mensch sijn jonkheit weer, Hy leid'se beter aan. Bedenkt dit nu, o jonge jeugt, Op dat gy 't u daar na Ook niet te laat beklagen meugt. 2Cor.6.1,2. Houdt d'eed'le tijt te raa. 11. Pred.12.1.Gedenkt aan uwen Schepper steeds In 't eelste van uw jeugt. De quade dag genaakt alreeds. Dan heeft men lust noch vreugt. Klaagl.3.27.O! salig, die des Heeren jok Draagt van sijn jonkheit af, Iac.1.14.Eer dat de werelt hem verlokk', Of ander werk verschaf'.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eibergsche sang-lust · Willem Sluiter · Poetry Cove