Skip to content
1680

Eibergsche sang-lust

Willem Sluiter

Op de wijse; Als een uitgestorte balsem. Of; Elk heeft sijn bysonder drijven. Of; Laat een ander klagen, kreunen. Siet onse Gesangen, Fol.148. Psal.111:1.Nu wy dus zijn t'saam gekomen, Maken wy, op ons' manier, Ook van herten goede cier. Psal.97:11. Psal.105:3. Phil.4:4.Licht en vreugt is voor de vromen, Die sich roemen in Godts Naam. Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam! 2. Psal.31:20. Ps.119.162. Openb.1:3. Col.3:16. 1Ioan.2:15.Wat al goets is ons geschonken! Meer vervroolijkt ons Godts Woort, 't Zy gelesen of gehoort, Of in lofsank uitgeklonken, Dan de werelt met haar kraam. Ei, hoe vrolijk zijn wy t'saam! 3. Psalm 36:9.In Godts wellust-beek is seker Vreugde-drank, die noit verschaalt, Daar de ziel haar mee verhaalt, Soeter, dan met 's werelts beker Spr.27:13. Vol van walglijk sonden-kaam. Ei, hoe vrolijk zijn wy t'saam! 4. Psalm 1:1.Op d'onreine spotters banken, Daar men al wat sticht belacht, Psal.26:4, 5. Sit de vrome veel t'onsacht.

Wie daar niet begeert te wanken, Dat sich die by ons verstaam'. Ei, hoe voorlijk zijn wy t'saam! 5. Eph.5:3, 4.Sot-geklap, en dwaas gekletter, Welk den Christ'nen niet betaamt, Sal hier ook niet zijn genaamt. Pred.7:6. Iob.20:5.Haast vergaat dat vreugt-geknetter. 't Hangt als aan een dunne vaam. Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam! 6. Ioan.16:22. Spr.14:13.Onse blijdschap sal beklijven, Als des werelts vreugt en smert, Tot haar smaat, ge-eindigt wert; Mits wy hier nu niet bedrijven, Rom.6:21. Daar men namaals sich omschaam. Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam! 7. Spr.1:22. Spr.14:10. Psalm 4:8.Wel, wat meint gy, werelts dwasen, Dat by ons geen vreugt en zy? Wy zijn meer verheugt dan gy, Schoon wy niet soo luid en rasen, Noch ons lachen uit den aam. Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam! 8. Is daar juist de vreugt op 't meeste, Spr.21:23. Daar men lacht soo gansch onsoet, Dat men 't lijf schier houden moet? Rom.14:17. Psal.119:14.Neen: maar daar men, bly van geeste, Soet betracht wat meest betaam'. Ei, hoe vrolijk zijn wy t'saam! 9. Lacht men niet wel meer, daar buiten, Om de Kokkok met zijn taal, Dan om d'eed'le Nachtegaal?

Is die nochtans, met haar fluiten, Niet wel eens soo aangenaam? Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam! 10. Pred 2:2. Spr.10:23. Psalm 16:9.Zijt gy dol en uitgelaten In uw sondig tijt-verdrijf; 't Herte lacht ons meer in 't lijf, En verheugt sich boven maten, Of de mont schoon mate raam. Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam! 11. Pred.11:9. Spr.14:13.Wilt u selfs soo dwaas behagen In uw yd'le lust, daar 't hert Selfs in 't lachen wroegt van smert; 2Tim.2:22. Rom.2:15.Maar wy willen vreugt na-jagen, Die 't geweten niet en praam. Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam! 12. 1Cor.10:23.Aardsche vreugt, die niet kan stichten, Brengt verstroojing des gemoets, En verhind'ring van veel goets: Nehem.8:11.Maar tot goed' en heil'ge plichten Maakt ons d'onse meer bequaam. Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam? 13. Elk waar haast tot ons getogen, Spr.14:10. 1Cor.2:9, 11, 14. Soo hy maar van dese vreugt, Die de ziel veel meer verheugt, Dan men juist kan sien met oogen, Eens de rechte smaak vernaam. Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam! 14. Psal.105:3.'t Hert der gener, die Godt soeken In oprechtheit, zy altijt In hem vroolijk en verblijdt.

Laat sich elk om 't seerst verkloeken, Dat hy vreugde-stof beraam. Phil.4.4.Ei, hoe vroolijk zijn wy t'saam!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eibergsche sang-lust · Willem Sluiter · Poetry Cove