Op de wijse van Psalm 9. Heer, ik wil u uit 's herten gront. Of; O hoogste Heer, ô Eeuwig Godt. Siet onse Gesangen, Fol.10. Psal.147.5. Spr.30.2, 3. Ies.60.1. Psal.143.10. Heer, uws verstants is geen getal, Maar wy en weten niet met al, Ten zy dat gy ons komt verlichten, En door uw Geest selfs onder-richten. 2. Iac.1.5, 6. Wie ware wijsheit oit ontbeert, En s' in geloof van u begeert.
Dien geeft gy s' ook altoos en immer, En gy verwijt uw mildtheit nimmer. 3. Spr.2.6. 1Cor.16, 25. Psal.119.27. Uit uwe mont komt kennis voort, Door d'openbaring van uw Woort; Geef ons den weg van uw bevelen Dan te verstaan in allen deelen. 4. Ephes.4.18. Ephes.5.8. Ies.9.1. Ioan.1.5. Schoon ons' verstant verduistert is, Ia selfs de dikke duisternis, Uw hemelsch licht en groote luister Breekt krachtig door, en blinkt in 't duister. 5. Ies.11.9. 't Is nu de tijt, dat 't aardsche dal Vol van uw kennis wesen sal, Gelijk de wat'ren sich uitrekken, En al den boom der zee bedekken. 6. Ier.31.34. 't Is nu den tijt, dat ieder-een U kennen sal, soo groot als kleen. Hand.17.30.De tijden der onwetenheden Zijn voor ons' eeuw al lang verleden. 7. Mal.4.2. O Heil-Son, breek dan nu her-voor, Straal onse herten door en door, Ioan.17.3.Op dat wy u en uwen Vader Recht mogen kennen allegader. 8. Phil.3.8. Dat alles ons als drek en slijk By dees' uw kennis-schat gelijk', Spr.2.4. Psal.19.11.Soo dat wy s' ook voor silver keuren, En meer dan 't fijnste gout na-speuren. 9. Ies.53.11. Door uwe kennis daar 't geheel Op aankomt, Heer, sult gy'er veel
Rom.6.7. Ioa.1.16, 17.Rechtveerdig maken van haar sonden, En uw genaad' en heil verkonden. 10. 2Petr.1.3. Gy dient ons, tot uw' roem en prijs, De midd'len tot goed onderwijs Matt.25.5. Hebr.2.1, 3.Seer rijklik toe: laat s' ons door sluimen En achteloosheit niet versuimen. 11. Ies.59.21. Ier.31.3. Iob.22.21. Hoogl.1.4. Ont-trek ons noit uw Geest en Woort, Maar trek ons daar door krachtig voort, Op dat wy ons aan u gewennen, En u met liefd' en lust na-rennen. 12. Ioan.6.68. Waar souden wy doch anders heen, Heer Iesus, dan tot u alleen? Gy hebt des eeuw'gen levens woorden. Ioan.5.24.Sy dwaalden noit die die recht hoorden. 13. Verleen ons, dat wy die voortaan Soo in ons' herten overslaan, Luc.2.19, 52.Als eertijts uw aandacht'ge Moeder, Die alsins socht dit zielen-voeder. 14. Ioan.2.5. Die ook sorgvuldig and'ren riedt Alleen te doen wat gy gebiedt. O! konden wy die less' onthouwen Luc.1.28, 42.Van die gezegentst' aller vrouwen. 15. Matt.15.9. Vermits men u met menschen-leer Vergeefs en vruchtloos dien' en eer', Soo wilt ons doch daar van bewaren, Col.1.9.En uwen will' recht openbaren. 16. Luc.15.4, Ec. Indien een schaapken van u dwaalt, O goedertieren Herder, haal 't,
Psalm 13.2. Hoog.1.7.En breng 't weer op uw graaf'ge weiden, Daar gy uw kudde selfs wilt leiden. 17. Ps.25.4, 5. Heer, wijs ons uwe wegen aan, En leer ons uwe paden gaan. Geleid ons in uw heil'ge waarheit, Psalm 19.9Die 't oog verlicht met hemels klaarheit. 18. Phil.1.6. Ies.6.9, 10. Mat.13.14, 15. Mat.24.13. Volbreng in ons 't geen gy begint, Op dat wy nimmer siende blint Noch hoorend doof gevonden werden, Maar tot den eind' in 't goe volherden. 19. 1Cor.13.9, 10. Op dat wy, die alhier ten deel Slechts kennen, namaals ook geheel, En op een recht-volmaakte wijse, Hier boven, kennen, u ten prijse. 20. Hoe heerlik sal dan ons' gesicht, Psal.36.10. In uw licht sien het eeuwig licht, En, door de vreugt gansch opgetogen, Psalm 34.9.Uw soetheit sien en smaken mogen!
Cookies on Poetry Cove