Skip to content
1680

Eibergsche sang-lust

Willem Sluiter

Op de wijse van Psalm 79. De Heid'nen zijn in uw' erfdeel gevallen. Galat.4.26. Heb.12.22. Psalm 48.3.Jerusalem, Gods heil'ge Stad hier boven, Hoe soude ik u na waarde konnen loven? Waar by sal ik uw schoonheit vergelijken? Gy doet my van verwondering beswijken. Gy siet'er heerlik uit, Open.21.2.11 Gelijk een rijke Bruidt, Met feest-cieraat omhangen, En met veel staat en pracht Haar Bruid'gom toegebragt, Hoogl.7.1. Gansch Vorst'lijk in haar gangen. 2. Psalm 42.3. Open.20.14. Open.21.4.O! dat ik doch in dese Stadt mogh wesen? Daar sal voortaan geen doot meer zijn te vresen; Maar Godt sal selfs van ons' bedroefde oogen De tranen eens vooral geheel afdroogen. Noch rouw, gekrijt, noch pijn, Noch moeite sal meer zijn: Want all dees' eerste dingen Zijn t'samen wech-gegaan. Open.5.8, 9. en 19.6, 7. Men sal aldaar voortaan Niet dan van blijdschap singen. 3. Openb.22.5. Ioan.16.21.Daar sal op't licht geen duisternis meer komen. De blijdschap sal niet weer zijn weg-genomen Door treurigheit. Daar sal gesontheit wesen, Die nimmer siekt of swakheit heeft te vresen. Daar is en blijft altijt De eere sonder nijdt,

1Cor.13.8. De Liefde sonder listen, De schoonheit sonder smet, 't Genoegen sonder let, De vrede sonder twisten. 4. Open.14.13.Geen arbeit sal weer komen naar het rusten. Geen hertseer sal weer volgen na de lusten. De saligheit verwacht 'er geen elende. Openb.10.6.Daar is de tijt door eeuwigheit ten ende. O grootheit sonder maat! O wonderbare staat! 1cor.2.9. Ia wie kan 't hier bevroeden? De vreugt en heerlikheit, Die daar al is bereidt, Gaat boven ons' vermoeden. 5. Psalm 84.7. Iob 7.1. en 14.1.Wech, aardsche dal, vol jammer en elende, Vol tegenheit waar ik ik my henen wende; Als schijnt gy ons een tijt-lank schoon voor oogen, Wy vinden ons ten lesten weer gedrogen. Psal.62.11. Ik wil op 't aardsche goet Van nu aan mijn gemoet Luc.12.20. Pred.1.2. Soo dwaaslijk niet weer stellen: Om sulk een yd'le niet Wil ik my met verdriet Alsoo niet langer quellen. 6. Rom.8.22, 23. Psal.120.5.'k Weet hier geen vreugt, maar sucht'er allen ueren, Dat noch soo lang mijn vreemdlingschap moet dueren. 't Begint my meer en meer hier te verdrieten. Heb.11.10, 16. Psal.137.6.O! mogt ik daar mijn burgerschap genieten! Ierusalem, gy zijt Allen, die my verblijdt.

Ik stell' op uw mijn sinnen. Psalm 87.3. Wanneer uw heerlikheit Van my wordt overleit, Soo moet ik u beminnen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eibergsche sang-lust · Willem Sluiter · Poetry Cove