Op de wijse van Psalm 146. Wel op, mijn ziel, wilt nu prijsen. Of; Wat ik denke, lees' of schrijve. Siet onse Gesangen, Fol.2. Spr.18.1. Hoogl.1.4.'t Afgesondert eensaam leven Kan een ziel, die Iesum mint, Meer vermaak en blijdschap geven 1Cor.2.14. Ioan.14.18. Matth.28.20. Dan de werelt wel besint; Mits hy noit alleene leeft, Die slechts Iesum by sich heeft. 2. Ioan.16.32.Nimmer is men minder eensaam, Dan verselt met hem alleen, Daar men met hem, soo gemeensaam En soo vry, houdt spraak en reen. 1Ioan.2.16.Wech dan, Werelt; al mijn lust Streckt tot afgescheide rust. 3. Matt.6.6. Gen.24.63. Luc.24.33. 2Cor.5.14. Pred.2.26. Ioan.14.17.In een toegesloten kamer, Of in 't eensaam vrye velt, Raakt en blaakt hy aangenamer Met sijn liefdens soet gewelt, Die sijn Geest niet kent noch voelt.
4. Hoog 7.11, 12.Mijn beminde, bovenmaten Soo onsaglijk, rein en kuisch, Wil sich niet graag vinden laten By sijn Bruidt, in 't aarsche gedruis, Hoogl.1.2.Om haar daar te kussen. Neen. Hy wil met haar zijn alleen. 5. Ephes.3.17.Kond' ik u in 't herte sluiten, Liefste Iesus, na mijn sin, Nimmer quaamt gy weer daar buiten, Maar gy bleeft'er eeuwig in. Luc.24.29. Ioan.14.23.Kom dan, Heer, en woon by my, Dat mijn ziel te vreden zy. 6. Psalm 4.8. 1Ioan 2.16. Spr.14.13. Spr.5.3, 4. Psalm 65.2.Uw geselschap geeft my vreugde, Meer als al de werelt doet, Die my noit alsoo verheugde Met haar vleiend bitter soet. Hierom is mijn Lof-sank nu Dus in stilligheit tot u. 7. Genes.6.9. Iob 22.21. Psal.37.28.Laat my soo met u verkeren, Dat ik my aan u gewenn', En geen grooter goet begeren, Dan dat ik na by u ben, Galat.6.16. Psalm 4.5.En steeds, na de rechte streek, Met u in mijn herte spreek. 8. 1cor.4.3. 1Cor.3.18, 21, 22, 23.Laat my in der menschen oordeel Eensaam zijn, en stom en dom: 'k Houd' al 't uw' en u te voordeel. Hoogl.7.11. Kom, mijn zielen-vreugde, kom. Ben ik schoon van 't aardsche schuw, Psal.57.8, 9.'k Hebb' een tong en hert voor u.
9. Daar men, verr' van 't aardsch gewemel, Dus in 't stil begunstigt werdt, Phil.3.20. Rom.14.17.Krijgt men 't hert haast in den hemel, En den hemel in het hert. Ik begeer geen meer geneugt. Ies.38.16.Hier by leeft de ziel in vreugt.
Cookies on Poetry Cove