Stem: Och arme werelds-wicht. Of: Aldus.
Tot Christum mijnen Heer
Ick my alleene keer;
Ick vindt in hem na mijn begeer
Al wat ick immer wenschen sal:
Hy is my alles en in all'Col. 3. 11.
2. Wanneer my mijne sondt,Luce 4. 18/19.
Verbrijseldt en verwondt,
Wil hy my maken weer gesondt.
Wanneer ick sieck ben ende quyn,Matt. 9. v. 12.
Is hy mijn stercke medecijn.
3. Wanneer ick ben vermoeit,Matt. 11. v. 28/29.
Belast en swaer geboeit,
Hy op mijn ziel verquickingh sproeit,
En geeft my, na mijns herten lust,
Seer lieflick ware vreughdt en rust.
Luce 23. 31.4. Als my de Satan queldt,
En grootelicks ontsteldt,
Verdrijft hem desen stercken heldt
Apoc. 12.10.Ia veldt hem neder door sijn kracht,
Soo dat ick al sijn list niet acht.
Matt. 5. 6.5. Is mijnen honger groot,
Ioh. 6. 52.Hy is het leevend' broodt,
Ia selfs een spijse voor de doodt.
Wanneer ick brande schier van dorst,
Kan hy haest laven mijne dorst.
Ioh. 1. 5.6. Ben ick in duisternis,
Soo weet ick doch gewis,
Dat hy mijn licht en duister is,
Mal. 4. 2.Dees' Sonne der gerechtigheidt.
My t'mijnen besten altijdt leidt.
Cant. 6. 3.7. O Iesu, gy zijdt mijn,
En ick ben altijdt dijn:
Laet onse liefdens-bandt doch zijn
Soo vast gebonden, dat nooit weer
Die zy verbroken immermeer.