Skip to content
1687

Buiten- eensaem huis- somer- en winter-leven

Willem Sluiter

Stem: Psalm 116. Ik heb den Heer lief, want &c. Of: O Godt! gy hebt nu weer in mijnen mondt. Aldus.

De Geldt-zucht, die noch grondt noch bodem heeft,

Doet t'aller-tijdt den mensche meer begeeren; Al heeft hy veel, hy sal noch meer begeeren, Soo dat hy nooit te recht vernoeght en leeft.

2. Veel turf en hout het vuur niet uit en blust, Maer doet het met een stercker vlamme blaken, Alsoo sal oock veel geldt en goedt eer maken Dat brande, dan verdoove 's giergaerts lust.

3. Een gierigh mensch heeft alle dingh gebreck Soo wel het geen hy heeft als 't geen hy niet heeft Want van het geen hy heeft, hy met verdriet leeft En lijdt niet dat het tot sijn nootdruft streck.

Ioh. 3. 31.4. O mensche van der aerden aerdsch-gesint, Hoe laet gy u den rijckdom soo besuuren, Niet anders of hy eeuwigh soude duuren, Die doch verdwijnt veel sneller dan de wint!

Luce 12. 20.5. Gy dwaes, men sal misschien in dese nacht Uw ziel van u af eysschen: en na deese, Wiens sal het geen gy hebt bereidt, dan wesen? O dat gy dit wat beter doch bedacht!

6. Dan eindight al uw groote geldt en goedt Met weinigh stroo, met sletten en met soecken Die on-heacht eerst lagen in de hoecken, En met een kist van ses of seven voet.

Matt. 6. v. 19/20.7. Wat neemt gy dan van d'aerdsche schatten mee? Ach! nier met al; het moet hier alles blijven. Alleen den schat der zielen sal beklijven, Die nooit de mot noch roest verteeren dee.

8. Het weynigh goed dat de rechtveerdig' heeft,Psal. 37. v. 16/17. Is beter dan den overvloedt der boosen; Want Godt verbreeckt den arm der goddeloosen, Maer ondersteunt dien die rechtveerdigh leeft.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Buiten- eensaem huis- somer- en winter-leven · Willem Sluiter · Poetry Cove