Stem: Aufz mines hertzen grunde. Aldus.
Gezegent moet gy weesen,
Dat gy ons hebt in deesen
O Godt, en Vader goed,
Vergangen nagt behoed'.
Psalm. 3. 6.Ick lagh gerust daer neer,
Met soeten slaep bevangen:
Ick bidde, stiert mijn gangen
Oock nu tot uwer eer.
2. De Son op bergh en dalen
Haer held'ren glans verspreidt;
Spreidt oock op my uw' stralen,
Mat. 4. 2.Son der Gerechtigheidt.
Ioh. 8. 12.O Iesu 's weeerelds licht,
Leidt my met uw' genade
En kennis vroegh en spade,
Op dat ick nooit en swicht.
3. Wilt eens van my uitdrijven
Mijns herten duisternis,
Laet altijdt daer in blijven
't Licht mijns geloofs gewis.
En als 't is swack en teer,
Wilt gy het stercker maken,
En als een vlam doen blaken
Door uwe krachten weer.
4. Laet uwe gunst sich wenden
Tot my den gantschen dach,
Op dat ick hem volenden
Met vreugde en voorspoedt mach.
Soo sal ick u daer voor
Oock weer met vroolick singen
Een avond-offer bringenPsal. 141. 2.
En dancken na behoor.