Stem: Wie sleet heugelijcker dagen. Of: Van te strijden wil ick zingen. Of: Op mijn ziel, om Godt te looven. Aldus.
Al gy volcken klapt in d'handen, Met eenpaerig bly-geklanck: Iuighet Godt in allen landen Met een stem van vreughd-gezangh. Psalme-zinget onsen Koningh,Ibid. v. 6/etc. Die nu op-vaert met gejuich, Na zijn hoogh-verheven wooningh
Col. 2. 15.Dat hy zijn triumph betuigh.
Ioh. 20. 31.2. Ia Heer-Iesu, ja Heer Christe, 2 Sam. 6. v. 15.Wasser sulck een lof-geluit 1 Chron. 13. v. 7/8.Over Godts gewijdde kiste, Heb. 9. 4/etc.Daer gy selfs wierdt door beduidt, Doe men die op Zion voerde.1 Chron. 15. v. 28. 2 Chron. 5.En in d'aerdtsche tempel bracht, Psal. 5. 16. 17.Soo 'k mijn tongh oock nu niet roerde, Waer ick gantsch niet wel bedacht.
Apoc. 11. 19.3. Gy Godts Arck', en ons' versoeningh, Rom. 3. 25.Die, gantsch rein en on-bevleckt, Onse sonden, tot voldoeningh. Voor uws Vaders aenschijn deckt; 1 Chron. 13. v. 7.Gy vaert op, niet met een wagen, 1 Chron. 15. 2/15.Noch door draegh-boom of levijt Act. 1. 9.Als u 's Hemels wolcken dragen, Psal. 24. 8.Heer, geweldigh in den strijdt.
4. Komt, Heer Iesu, doedt uw leden Matt. 13. v. 43.Eeuwigh blincken als de Son, Komtse met een licht bekleden, Psal. 36. 9.Droncken uit uw' wellust-bron. Rom. 4. 16.Komt haer uit gena beloonen 't Geen gy haer hebt toegeseidt, Heb. 2. 9.Met uw heerlickheidt haer kroonen, Cant. 1. 2.Kussen met uw lieflickheidt.
5. Iesu, die mijn hert en sinnen Cant. 1. 4.Dus getrocken hebt tot u, 2 Tim. 4. 8.Al die uw verschijningh minnen, Roepen met my, komt doch nu. Komt, Heer Iesu, sonder toeven, Prov. 13. 12.Mits de hoop langh uitgestelt 1 Cor. 15. v. 30.Steedts weer aen met nieuw bedroeven 't Herte krenkt, ontstelt en quelt.
Cookies on Poetry Cove