Liefde is standvastig.
1.
Myn Oog te lang misleid,
Door 's waerelds ydelheid,
Heeft ondervonden:
Dat al haar pragt en schynsieraad,
Gelyk een rook en damp vergaat,
Hoe vast verbonden.
De Liefde bouwt haar' Troon alleen
Op waarheid en bevalligheên.
2.
Zy blaast een' Ambergeur,
Gemengd met Roozekleur,
Van haare Lippen.
Haar leên gepronkt in Ofirs Goud,
Haar Tempel is van Ced'renhout,
En laat daar glippen
Genade daar 't onnaakb're Licht,
Maakt dat des waerelds schynschoon zwigt.
3.
O hoe verheugd en zoet!
Verkwikt in ons gemoed,
Dat zig zal buigen.
Geen Troonjuweel of Cherubyn,
Geen Hemelgeest of Serafyn,
Kwam ooit te zuigen,
Meer Hémelzoet en Lekkerny
Zy maakt den Mens van zonden vry.