Skip to content
1741

Zinspeelende liefdensgezangen

Willem Hessen

Liefde ontvonkt zelf de Engelen.

1. Hoe vrolyk juicht Góds Eng'lenschaar, O Liefde! daar gy 't hoogst zult pronken Op uw verhéven Troonaltaar, En doetze op u met Lóf ontvonken, En zetten op haar' vreugd Trompet De lusten van uw reine wet.

2. Gòds Hóftrawanten staan als dan Op rein Agaat en Goude vloeren, En kneeden voor u Hemels Mann' Terwyl de Cherubynen snoeren Om uwen Hals het pronkivoor, Gehaald uit Sions Tempelchoor.

3. Hoe juicht en speelt Góds Engelwagt. Als Liefde smelt in Liefdevonken, En daalt met Cherubynen pragt: Om weêrgâloos by Gód te pronken; Om 't Hoofd betulband met een Kroon: Wie is de Liefde? dan Góds Zoon;

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.