Liefde zégepraalt over alles.
1.
Door Liefde staat het al te praalen
En onderhoud
Góds Zonnewoud,
Als méde 's Hémels ruime zaalen
En Zon en Maan,
En Sterren staan
Te flonk'ren op haar' wyze wetten:
Waardoor me als ziet Gods Lof Trompetten.
2.
Haar' Liefde-schakel weet te boeijen
Het groot Heelal,
Zo vast en pal.
Zie Liefde steeds uit Liefde groeijen;
Op zulk een' wys.
Zal 't Paradys
Haar' vrugtb're werking nóg getuigen,
Als alles zal door Liefde buigen.
3.
Deez' Paarel schoon, zo hoog verhéven,
Zend van haar' Troon
Haar' Ryksgeboôn:
Opdat de Mensen daar na leeven.
En voert de smert
Van 't zugtend hert
Weêr op, daar zy door haar' gebéden
Den Mens verwerft Góds heil en vréde.