Ligaturen, breviaturen en afkortingen
Ligaturen in met name Latijnse woorden zijn in de digitale versie uitgeschreven. Zo is de ligatuur æ in Lucæ overgenomen als ae (Lucae), en de ligatuur van c en t (ct met een rondje boven de c) is weergegeven met ct (Actorum). Een ringel-s is overgenomen als ß.
Breviaturen zijn, zoals gebruikelijk in diplomatische uitgaven, opgelost, en de toegevoegde letters zijn gecursiveerd, zodat lezers kunnen zien dat het hier gaat om een editorische ingreep. De meest voorkomende breviaturen zijn:
-
eñ, opgelost als ende;
-
een klinker met een liggend streepje erboven, opgelost als n (getogen, heeten) of m (hem, Euangelium, comt);
-
een haaltje door of op de v is opgelost als er: verlost; indien gevolgd door een cijfer is het opgelost als vers;
-
z of een kleine 2 na een medeklinker is opgelost als heyt: barmherticheyt, goetheyt; dz is opgelost als dat; nz als niet;
-
&c. is opgelost als etc. Daarentegen is het losstaande teken & niet opgelost maar exact overgenomen.
Overigens komen in Het Boek der Psalmen uit 1773 geen breviaturen meer voor.
‘Gewone’ afkortingen in de tekst, met name afkortingen van bijbelboeken in de noten in de Heidelbergse catechismus e.d., zijn ongewijzigd overgenomen.