Skip to content
1641

Brusselschen Blom-hof van Cupido

Willem Borcht

Stemme: Herderinne. SLimste boufken Die listigh kont door-gaen Ons hert' en sin, 'k Bidd' u, sloufken, Gaet eens het hert' door-kruypen Van mijn Goddin, Ey ! gaet aen // dat ghy het doch doet bra'en: Maer wilt my bichten, Zijn all' uw' schichten, Vw' seldtsaem lichten Wel veerdigh ? want ghy moet, ghy moet, ghy moet, Want ghy moet dat steken aen. 2. Als het flickert, En dat haer heeft door-straelt De vlamm' uws torts, Maeckt dat 't blickert Dweers door haer' bruyne ooghen: Op dat de korts' My ten end' // alsoo eens zy bekent, En wilt dan keeren, Ick sal uw' eeren Dan gaen vermeeren Met soentjens van mijn Lief, mijn Lief, mijn Lief,

Van mijn Lief u toe-ghewent. 3. En sal stadigh My gheven om te zijn V als een' knecht, En moordadigh Eeuwelijck (sonder vreesen) Teghen het recht Voor uw' eer // my stellen wel te weer, Om all' de jeughden Tot ongheneughden, Verr' buyten deughden Te brenghen, en altijdt, altijdt, altijdt, En altijdt te doen groot seer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Brusselschen Blom-hof van Cupido · Willem Borcht · Poetry Cove