40. Vraghe. 1. Waerom moest Christus selver sterven, En alsoo diep vernedert sijn? Antvvoorde.
Om dat dees’ Drie niet konden derven
Haer recht, tot weeringh onser pijn;
2. Voor af, vereyschte sulcken lyen
Gods straffende gerechtigheyt;
Soo hadden oock de Prophetyen
Dit soo wel duydelick voorseyt;
3. Waer by dan komen onse sonden,
Oneyndigh in getal, en loon,
Waer voor me niet betalen konde
Als door de Doot van Godes Soon.