Skip to content
1666

Geloofs-liederen, dat is de Heidelbergsche ende Nederlantsche catechismus

Volkerus Oosterwyck

89. Vrage. 2 Wat is des Ouden Mensch’s afstervingh? Antvvoorde. Het is, als ’t waer, een herten-kervingh, Een waer’ berouw, waer doorwe Godt Vertoorent hebben door de sonden,

Die hem als in de ziele wonden En schenden ’t recht van zijn Gebodt; 3 ’t Is boven dien, de quade parten Die noch opboblen in ons’ harten,

En die wy dagh aen dagh begaen, Met alle macht en vlijt te haten, En, soo veel doenlick is, te laten, En over al te wederstaen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.