Gedicht door d’Eerwaerdige, Godsalige, Hoogh-geleerde D. Volckerus ab Oosterwyck, Predicant tot Delf. SOo gaat de Godsvrucht voort, en Volckerts yver-geest Verschaft weer nieuwe stof van keurelijcke toonen, En heyligh maat-gesangh, voor die op Zion woonen, Uyt ’t Heydelberger-boeck, wel kleyn, maar vol van keest En pit van Godts-geleertheyt. Soo staat sijn deugt noyt stil, soo heeft sijn Pen noyt rust, Maar ylt met rijm en sangh sijn Israel te stichten, En Stons Borgery met Keur van Heyl’ge Dichten, Gedichten, niet beswalckt met vleeschelijcke lust Van enckele verkeertheyt; Waar hert en ziel van walght van een die Christi bloet En Geest gereynight heeft van snoode vuyligheden En sondens-mis bedrijf, en ciert met heyligheden. ’t Is vry een beter stof, ’t is ver het hooghste goet Dat ymant oyt hier kende, ’t Welck Oosterwijck opdischt. Sijn soetste Poësy
Leert Adams sonden-schaar het noodigh Dry-tal melden Van Ramp, en Heil, en Danck, en hoe men sal vergelden Den LOSSER danckbaarheyt met blijde Melody Voor ’t redden uyt d’elende. Dit Duytsche Kort begrijp en sinrijck Formulier Van wel-gestelde Leer, en recht gesonde Woorden, Was menighmaal vertaalt in vremde spraack, en hoorden Al overlangh en Gríeck, en Moor, en Arabier, En blinde Indianen. Nu wort het opgedischt in dicht en hooger trant Van soete Rymery en Seraphijnsche zangen Voor ’t recht hervormde Volck, wiens hert en ziel verlangen Na d’Heydelberger Leer, in spijt van Remonstrant En Paapsche Italjanen. Soo gae de Swane-schaft van VOLCKERT OOSTERWIJCK Al voort, en houw noyt op, maer brengh noch meer gerechten Van diergelijcke saus, en spijse der oprechten, Doorsult met heyligheyt, tot dat sijn pen beswijck, Door hemelsche verplaetsingh. C. Bosch. V.D.M. tot Maaslant.
Cookies on Poetry Cove