Skip to content
1666

Geloofs-liederen, dat is de Heidelbergsche ende Nederlantsche catechismus

Volkerus Oosterwyck

71. Vraghe. 5 Waer heeft ons doch Godts Lieve Soon belooft, Dat hy ons door sijn Geest, en roode plassen, Soo sekerlick sal reynigen en wassen, Als m’ ons wel eer gesprengt heeft op het Hooft?Antwoorde. ’t Geschiet, ter plaets daer hy dit Waterbadt Heeft ingeset, en seyt, gaet doopts’ al t’samen (Sy zijn dan waerse zijn op ’s werelts padt)

In ’s Vaders, ’s Soons, en ’s Heyl’gen Geestes namen; 6 Soo wie gedoopt sal zijn, en recht gelooft, Die sal het heyl onfeylbaerlick be-erven, En die soo niet en doet sal eeuwigh sterven,

En van dat heyl hem seker sien berooft: Soo wert oock sulx belooft, alwaer Gods woort Door zijnen Geest, en zijner knechten monden, Het doopsel noemt het Badt der weer-geboort’,

En nevens dien, de reyningh onser sonden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.