106. Vraghe. 3 Dan, dit Gebodt schijnt maer te spreecken, Van doon, en niet van die gebreecken, Die ghy voor heen hebt bygebracht? Antvvoordt.
Als Godt het doon verbiet, soo wetet
Dat hy haer wortels doot-slaen hetet,
En die al t’samen daer voor acht.