64. Vrage. 5 Maer maeckt die Leer’ geen sorgeloose menschen? Antvvoorde.
O neen, want ’t is onmoog’lick, dat die geen’
Die door ’t Geloof, dat niet en kan verflensen,
Gods Soon zijn ingeplant, en met hem een,
6 Niet t’zijner tijt te voorschijn souden brengen
De vruchten, die Gods Geest door eygen handt
(Oock dan, wanneer de wint en dagen strengen)
Tot danckbaerheyts bewijs heeft ingeplant.