Skip to content
1666

Geloofs-liederen, dat is de Heidelbergsche ende Nederlantsche catechismus

Volkerus Oosterwyck

64. Vrage. 5 Maer maeckt die Leer’ geen sorgeloose menschen? Antvvoorde. O neen, want ’t is onmoog’lick, dat die geen’ Die door ’t Geloof, dat niet en kan verflensen,

Gods Soon zijn ingeplant, en met hem een, 6 Niet t’zijner tijt te voorschijn souden brengen De vruchten, die Gods Geest door eygen handt (Oock dan, wanneer de wint en dagen strengen) Tot danckbaerheyts bewijs heeft ingeplant.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.