Skip to content
1666

Geloofs-liederen, dat is de Heidelbergsche ende Nederlantsche catechismus

Volkerus Oosterwyck

4 Vraghe. 2 Wat eyscht de Wet der Tien Geboden? Antvvoordt. Dat leert ons Christus, als hy seyt, Gy sult den Heer, den Godt der Goden Met al wat aen of in u leyt,

3 Van ganscher harten, ende krachten, Van ganscher Zielen, en Gemoet, Veel meer als alle dingen achten, En lieven boven alle goet;

4 Dit is het Eerst’ en hooghst’ gepresen Van al wat Godt u heeft geboon; Het Tweede zweemt na ’t eerst in wesen, En gaet als op den selven toon;

5 Uw’ Even-mensch, hoe oock geheten, Lieft, als u selven heel en al; Dus hangt de Wet, en de Propheten, Aen twee Geboden in getal.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.