4 Vraghe. 2 Wat eyscht de Wet der Tien Geboden? Antvvoordt.
Dat leert ons Christus, als hy seyt,
Gy sult den Heer, den Godt der Goden
Met al wat aen of in u leyt,
3 Van ganscher harten, ende krachten,
Van ganscher Zielen, en Gemoet,
Veel meer als alle dingen achten,
En lieven boven alle goet;
4 Dit is het Eerst’ en hooghst’ gepresen
Van al wat Godt u heeft geboon;
Het Tweede zweemt na ’t eerst in wesen,
En gaet als op den selven toon;
5 Uw’ Even-mensch, hoe oock geheten,
Lieft, als u selven heel en al;
Dus hangt de Wet, en de Propheten,
Aen twee Geboden in getal.