117. Vrage. 3 Wat wort vereyscht in een GebedtDaer Godt sijn hert en sin op set? Antvvoorde.
Daer toe is’t dat voor eerst behoort,
Dat wy hem na zijn wil en woort,
Aenroepen hertlick om al dat
Dat in het selfde is vervat.
4 Ten and’ren, dat wy ons’ elend
Recht leeren kennen tot dit end’,
Op dat w’ons soo met hert en stem
Te meer vernederen voor hem,
En noyt staen voor zijn Majesteyt,
Als met de grootst’ eerbiedigheyt.
5 Ten derden, dat wy t’ aller stont
Stantvastigh houden desen gront,
Dat, schoon wy van zijn soet onthael
Niet waerdigh zijn de minste strael,
Hy efter na zijn woort, in al
Wat zaligh is, ons hooren sal.