121. Vrage. 4 Waerom is’t dat ghy oock belijt, Gy die daer in de Heem’len sijt? Antwoorde.
Op datwe van hem geen gedachten
En voeden, die zijn Majesteyt
Nadeeligh zijn door kleynigheyt,
Maer van zijn Almacht al verwachten.
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.