Skip to content
1666

Geloofs-liederen, dat is de Heidelbergsche ende Nederlantsche catechismus

Volkerus Oosterwyck

69. Vrage. 1 Hoe wert ghy inden heyl’gen Doop vermaent, Dat Christus kruys, en eenig’ OfferhandeAen’t kruys volbracht, wegh-neemt u schult en schande,En u den wegh tot ’t eeuwigh leven baent? Antwoorde. Soo, dat hy by het sichtbaer Water-badt, (Verordineert by hem tot mijnen goede) Oock heeft geseyt, dat ick van ’t sondigh vat

Door zijnen Geest en kostelijcken bloede 2 Soo seker, en oock soo onfeylbaerlijck Gereynigt ben, en suyver afgewassen, Als yemant oyt door schoone waterplassen

Gereynight wert van eenigh drabbigh slijck, Of wat voor stanck het sy en vuyligheyt Daer me Gods Beelt (geseyt de witte kleeren) Besoetelt was, als in vuyl bloet geleyt,

Seer walgelick voor d’oogen van den Heere.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.