69. Vrage. 1 Hoe wert ghy inden heyl’gen Doop vermaent, Dat Christus kruys, en eenig’ OfferhandeAen’t kruys volbracht, wegh-neemt u schult en schande,En u den wegh tot ’t eeuwigh leven baent? Antwoorde.
Soo, dat hy by het sichtbaer Water-badt,
(Verordineert by hem tot mijnen goede)
Oock heeft geseyt, dat ick van ’t sondigh vat
Door zijnen Geest en kostelijcken bloede
2 Soo seker, en oock soo onfeylbaerlijck
Gereynigt ben, en suyver afgewassen,
Als yemant oyt door schoone waterplassen
Gereynight wert van eenigh drabbigh slijck,
Of wat voor stanck het sy en vuyligheyt
Daer me Gods Beelt (geseyt de witte kleeren)
Besoetelt was, als in vuyl bloet geleyt,
Seer walgelick voor d’oogen van den Heere.