Skip to content
1666

Geloofs-liederen, dat is de Heidelbergsche ende Nederlantsche catechismus

Volkerus Oosterwyck

32. Vrage. 5 Waerom vvort ghy een Christen-mensch genaemt? Antvvoorde. Om dat ick door ’t Geloof, soo als ’t betaemt, Sijn Litmaet heet, en my daer voor erkenn’, En deelgenoot van zijne salvingh ben:

6 Op dat ick oock zijn Naem verbrey, en my Alleen aen hem ten heyl’gen offer wy’, En boven dien my tot een vyandt stel, Van ’t vleesch, de sond’, de Werelt, en de Hel.

7 Om alsden dagh van vechten, en van strijt Sal wesen aen een kant, ick dan verblijt, Met hem, mijn Godt, mach heerschen eeuwighlijck, Gelijck een Vorst en Koning in zijn rijck.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.