76. Vraghe. 5 Wat is’t geseyt, ’t gekruyste lichaem eten, En drincken sijn vergoten bloedigh svveeten? Antvvoorde.
’t Is, niet alleen, met een geloovigh herte
(Ter sonden boet) aenveerden zijne smerten,
En, door dien wegh verkrijgen ’t eeuwigh leven,
Ons uyt genae door zijn verdienst’ gegeven;
6 Maer boven dien, oock door Gods Geest (die beyde)
In hem en ons blijft wonen, sonder scheyden)
Soo met zijn Lijf te werden t’saem gebonden,
Dat, schoon wy hier op aerden zijn bevonden,
En hy Gods Troon besit, wy efter, leden
Soo van zijn lijf, als Geest, zijn hier beneden.