Skip to content
1666

Geloofs-liederen, dat is de Heidelbergsche ende Nederlantsche catechismus

Volkerus Oosterwyck

33. Vrage. 1 Waerom vvort hy genaemt Gods Soon, En, ‘t geen noch hooger gaet van toonGods Eengebooren Soon? Daer vvySoo vvel Gods Kind’ren sijn als hy? Antvvoorde. 2 Daerom, dat hy, en hy alleen, En nevens hem oock anders geen Gods eygen Soon, zijn Beeltenis,

En Sone van Naturen is; 3 Maer wy alleen om zijnent wil, Vermits het hem alsoo gevil, Tot kind’ren Godts als van de straet

Sijn opgenomen in genaed’.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.