44. Vraghe. 10 Waerom volgt doch, dat hy ter HellenNoch boven dien is neer gedaelt? Antvvoordt.
Op dat ick my ter neder stelle,
Wanneer mijn Ziel wert als vermaelt,
11 En trooste met die bitt’re smerten,
Dien angst, en grouwelijcke pijn,
Die hy gevoelt heeft aen het herte,
Tot mijner Zielen Medicijn,
12 Bysonder die hy heeft geleden
Wanneer hy in het Hofken was:
Daer door hy my, en all’ mijn’ leden
Verlost heeft van het Helsch gebas.