Skip to content
1666

Geloofs-liederen, dat is de Heidelbergsche ende Nederlantsche catechismus

Volkerus Oosterwyck

94. Vrage. 15 Wat eyscht Godt in het Aldereerste? Antvvoorde. Dat, soo ongaeren als ick ly’ Schaed’ aen mijn heyl; ick soo om ’t seerste Vlied’ alderhand’ Afgodery: 16 En nevens dien, de Toveryen,

Waerseggingh, By-gelovigheyt, Aenroepingh van de heyl’ge Li’en, En waer Gods schendingh meer in leyt. 17 En wederom, te recht leer kennen Den eenigen en waeren Godt, En my alsoo aen hem gewenne, Dat ick hem houw voor ’t hoogste lot, 18 Hem boven al ten hooghsten achte, En my in all’ ootmoedigheyt Hem onderwerp, en van hem wachte ’t Geen dient tot mijne zaligheyt. 19 Hem eer’ en vrees’ uyt alle krachten, Soo dat ick liever alle dingh Verlaten wild’ en al verachten, Als dat ick my te buyten gingh.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.