48. Vraghe. 6 Maer soo de Menscheydt niet en isAlwaer de Godtheydt is gewis, En valt van die natuuren, danGeen scheydingh die men mercken kan? Antvvoorde.
7 Neen; mits de Godtheydt over al
En onbegrijplijck is, soo sal
Wel volgen, dats’ haer verder spreyt
En hier en daer sich meer uytbreyt,
8 Als Christi Jesu Menscheydt, maer
Dit blijft oock seker ende waer,
Dats’ evenwel aen die beklijft,
En personeel ver-eenight blijft.