36.
't Zijn vijftig blanke zwaarden, die zij tilt,
En vijftig schilden, rood van bloed bedropen.
Heur aanschijn vlamt, heur oog rolt woest en wild,
Heur maagden zijn veranderd in Cyklopen!
Maar Reinout velt de myrth, die klagend gilt
Bij elken slag. Des Afgronds poort springt open,
Geheel de Styx, met aaklig wiekgerucht,
Spookt met millioenen schimmen door de lucht.