62.
En de oude drift vervoert hen tot den strijd,
Hoe zwak ze zijn. Helaas! wat moet er komen
Van zulk een kamp, waar moed en kracht, ontwijd,
Vernield, hun plaats door wrok zien ingenomen?
Ach, hoe hun zwaard met felle snede bijt,
En 't bloed de purpren poorten uit doet stroomen,
In staal en vleesch gehouwen! Woede-alleen
Vertraagt den dood, reeds spokend door hun leên.