77.
Maar als ze een wijl heur minnaar zal begeven,
Neemt dan terstond dit blinkend schild ter hand;
En houdt het voor zijne oogen opgeheven!
Hij zal zijn beeld in 't spieglend diamant
Herkennen, en die kleêren zien, geweven
Voor wijventooi, bedeksels zijner schand!
Dan zal zijn ziel van schaamte en gramschap blaken,
En onverwijld heur laffe min verzaken!