22.
Doe winst met uw geluk - ik sidder niet,
En zal uw hoon niet straffeloos gedoogen!’ -
Gelijk een lamp heur felste vonken schiet,
Als haast de pit in tonder is vervlogen,
Zóó straalt, waar bloed en levenskracht ontvliedt,
Zijn fierheid uit een laatst, heldhaftig pogen.
Hij kan den dood niet weeren, maar den dood
Verheerlijken, en stervend blijft hij groot.