66.
En waakt, dat niet, als ik den zwakker' wal
Der vesting met de mijnen zal bestrijden,
Een vijand ons van buiten overvall'!
Zorgt, met uw zwaard den weg hem af te snijden!’ -
Hij zwijgt. En ziet! een blakend heldental,
Ten storm gereed, ijlt nader van drie zijden:
Maar Aladijn, geharnast in 't geweer,
Gaat ijlings met drie benden hen te keer.