140.
Nu is er, na den dood van Emireen,
Van heel zijn heir een hoopjen slechts verbleven.
Buljon vervolgt de vluchtende' op hun schreên,
Daar ziet hij, van bespringeren omgeven,
Held Altamoor, bebloed, te voet, alleen,
Die, half onthelmd, een zwaardstomp houdt geheven.
‘Halt!’ roept hij tot zijn volk, en: ‘Ridder, sta!
'k Ben Godfried! geef u over op genâ!’